DE FAMILIE HULST: Al sinds jaar en dag wordt de hoeve bewoond en geëxploiteerd door de familie Hulst. De Apostelhoeve was in eerste plaats een fruitteeltbedrijf. In 1970 besloot Hugo Hulst de wijnstok op de Apostelhoeve te laten terugkeren. Aangestoken door het enthousiasme van de heer Jean Bellefroid uit Borgloon (België) en de heer Frits Bosch uit Maastricht, begon hij met een kleine oppervlakte van 25 are op proef. Mede door de geweldige steun van collega's uit Frankrijk, Duitsland en Luxemburg en verschillende wijnbouwuniversiteiten uit de genoemde landen werden de wijnen van de Apostelhoeve een succes. Tijdens een internationale wijnpaneltest kregen de wijnen van het wijndomein internationale erkenning: alle drie ingezonden wijnen werden door een internationale jury met goud bekroond.

DE WIJNGAARD:De Nederlandse wijntraditie, die zijn oorsprong vindt in de Romeinse tijd, maakte na de Middeleeuwen plaats voor andere vormen van agrarische bedrijvigheid. Tot in 1970 de eerste wijnstokken terug keerden op de zuidhellingen van het Jekerdal in Maastricht. Hier, op één van Limburgs mooiste plekjes op de Louwberg, troont Nederlands oudste en grootste wijndomein, De Apostelhoeve. Dit wijndomein, inmiddels ruim 8 hectare groot, levert zes mooie, droge witte wijnen van Müller-Thurgau, Auxerrois, Riesling en Pinot-Gris druiven.
 

 

Van € 20,50 voor € 19,95

Dranksoort Wijn
Kleur Wit
Smaak Droog
Land Nederland
Herkomstgebied Limburg
Producent Apostelhoeve
Oogstjaar 2016
Omverpakking 1 fles
Flesinhoud 750 ml
Er zijn geen beoordelingen voor dit product,
Geef als eerste een beoordeling en klik hier

Apostelhoeve

GESCHIEDENIS VAN DE NEDERLANDSE WIJNBOUW EN VAN DE APOSTELHOEVE:Waar in 1970 de wijngaard van de Apostelhoeve werd aangelegd, hadden al eerder druiven gestaan. De wijncultuur rond Maastricht is geen nieuw verschijnsel. In de Romeinse tijd was het drinken van wijn in deze streken heel gewoon. Voor het bewijs van een eigen inheemse wijncultuur moeten we wachten tot 871, wanneer een oorkonde ons attendeert op een wijngaard bij de kapel van Sint-Salvator bij Aken. Wijngaarden bij Maastricht worden vermeld in 968, als koningin Gerberga haar goederen laat beschrijven. Een landschapsbeeld van Maastricht en omstreken uit de periode 1300-1500 maakt duidelijk dat de hellingen van Maas-, Geul- en Jekerdal gul voorzien waren van wijnpercelen. Tot in de 15e eeuw kon de inlandse wijn nog concurreren met het gewone bier, maar toen dit door de toepassing van hop langer houdbaar en pittiger van smaak werd, begon de bloeitijd voor de brouwers en trokken de wijnbouwers in de concurrentieslag aan het kortste eind. Een echte volksdrank zoals in Frankrijk is de wijn hier nooit geweest. De gemiddelde consumptie bedroeg in de middeleeuwse Nederlanden niet meer dan 20 à 25 liter per hoofd per jaar. In de 16e eeuw kwam daar een koudegolf bij, die omstreeks 1540 inzette en vanaf 1590 in hevigheid toenam. Deze “kleine ijstijd' en de verwoestende oorlogs-handelingen in de eerste decennia van de Tachtigjarige Oorlog betekenden voor de wijnbouw de doodsteek. Zo vermelden de kronieken van het XII Apostelhuis dat de wijngaard na 1581 werd opgeheven, en dat omstreeks 1600 bij de modernisering van de Apostelhoeve de wijngaard, die tot het midden van de 16e eeuw in gebruik was, werd opgeschoond. Slechts hier en daar, bij enkele welgestelden en kerkelijke instellingen, leidde de wijnbouw nog een marginaal bestaan. Een uitzondering was de omgeving van Hoei; het prinsbisdom Luik bleef gevrijwaard van de verwoestende oorlogshandelingen. Tot in de 19e eeuw was de landwijn in Hoei een ware volksdrank. Pas in 1946, meer dan drie eeuwen na het verdwijnen van de wijnteelt rond Maastricht, werd er de laatste wijngaard gerooid.

Even geduld a.u.b.